• Monarchie in beroering

Huis Beaucarne



Lange tijd heb ik het niet durven zeggen aan collega’s van het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden, maar eens moet het er toch uit: mijn baan als onderzoeker voelt aan als vier jaar vakantie. Vijftien jaar lang heb ik uit liefhebberij onderzoek gedaan en boeken geschreven, in de avonduren, weekeinden en vakanties. Nu lees en schrijf ik gewoon op werkdagen en ik word er nog voor betaald ook. Wanneer collega’s vertellen over vakantieplannen denk ik: Wie zo’n fijn werk mag doen, kan toch moeilijk behoefte hebben aan vakantie?

De hoogtepunten in mijn schier eindeloze vakantie vormen de uitstapjes naar archieven. Maar binnen die categorie zijn er allerlei gradaties: het ene hoogtepunt is het andere niet. Het allermooiste denkbaar is een maagdelijk archief raadplegen, dat zich nog op de plek bevindt waar de documenten ooit geschreven of ontvangen zijn. Onlangs smaakte ik het genoegen om zo’n ongeordend en niet eerder geraadpleegd archief te bezoeken: het archief van de familie Beaucarne, dat berust in Huis Beaucarne in Ename (België). Het in 1748 gebouwde huis is altijd in de familie gebleven en heeft grotendeels zijn achttiende-eeuwse inrichting behouden. Julian Fornari, een jonge telg uit deze familie, probeert samen met zijn verloofde Lena Vastesaeger de monumentale woning met haar interieur, tuin en oranjerie te behouden voor het nageslacht door het een museale bestemming te geven. Als je ergens de klok van de late achttiende eeuw en vroege negentiende eeuw nog kunt horen tikken, dan hier.

Het archief


Raakt de authentieke inrichting een romantische snaar, het onderzoek in het archief zelf is ontnuchterend. Een onverwarmde pijpenla – het is er tien graden – is aan twee zijden bezet met papieren: ruwweg aan de linkerhand met boeken en aan de rechterhand met archivalia. Die archivalia zijn letterlijk ongeordend: wie een doos opendoet, heeft grote kans om er kriskras dooreen documenten uit de zeventiende tot en met de twintigste eeuw aan te treffen. Het is een soort schatgraven voor gevorderden: consciëntieus maar in hoog tempo documenten doornemen op zoek naar privécorrespondentie uit dat wat in België ‘de Hollandse Tijd’ heet (1815-1830). Gelukkig kan ik een beroep doen op mijn – onbetaalde – assistente Lena Reyners, die in een belendende kamer eveneens archivalia doorspit, wat het tempo verdubbelt.

De tijdelijke werkkamer van Lena Reyners, naast het archief


De familie Beaucarne vertoont in bepaalde opzichten een grote continuïteit: onder Oostenrijks, Frans, Nederlands en Belgisch bewind fungeren leden van de familie telkens als burgemeester en belastingontvanger. Onder Napoleon draagt een lid van de familie tevens bestuursverantwoordelijkheid als lid van de Conseil de Préfecture en plaatsvervanger van de prefect, terwijl een ander lid van de familie in 1830 zitting neemt in het Belgische Congres. Maar onder Willem I zijn de Beaucarnes – zeker in de jaren 1820 – uitgesproken tegenstanders van de koning. Een Beaucarne wordt zelfs veroordeeld tot een gevangenisstraf voor opruiend drukwerk. Hoe is de houding van deze familie te verklaren? Als notabelen, grootgrondbezitters en sociale stijgers schurken de Beaucarnes zich immers liever tegen de macht aan dan dat ze die van zich weg duwen. Na uren vruchteloos zoeken, heb ik eindelijk een beetje beet. In een ordner zit een serie brieven uit de Hollandse Tijd, die duiden op een zeer intensieve privécorrespondentie tussen enkele leden van de familie Beaucarne. Soms wordt er tweemaal per week met elkaar gecorrespondeerd en wanneer er veertien dagen geen brief van de ander is ontvangen, wordt de noodklok al geluid. Deze brieven smaken naar meer! Wat blijkt evenwel? De zorgvuldig geklasseerde brieven zijn in de twintigste eeuw verzameld op grond van de poststempels die ze bevatten. Een filatelist uit de familie heeft brieven bewaard met telkens een ander poststempel.


Overleg met Julian Fornari levert op dat de overige honderden brieven uit deze correspondentie waarschijnlijk verloren zijn gegaan. Wat er nu aan archief is, heeft hij gered van de zolder – een zolder waar pas afgelopen zomer een nieuw dak op is gelegd, na decennia van lekkages. “Toen ik hier vier jaar geleden kwam wonen, klom ik bij elke regenbui de zolder op om volgelopen emmers weg te halen en nieuwe te plaatsen,” vertelt hij. Maar in de jaren ervoor heeft niemand dat gedaan. Ook ongedierte heeft zijn werk gedaan. Een groot deel van het archief is daardoor verloren gegaan. De filatelist heeft zijn slag op zolder vermoedelijk al lang geleden geslagen en heeft de ordner met poststempels op een veilige plek opgeborgen.

De bibliotheek


Aan de vernietiging van een belangrijk deel van het archief valt uiteraard niets meer te doen. Maar gestaag en systematisch dozen doornemen met archivalia die wél bewaard zijn gebleven, levert toch nog enkele interessante vondsten op. En de ervaring om in deze ambiance te werken, is onbetaalbaar. Een papieren geschiedenis wordt opeens een materieel tastbare vroege negentiende eeuw. Voor wie er ook eens een kijkje wil nemen: wekelijks worden er rondleidingen gegeven in dit herenhuis. Meer informatie is te vinden op https://www.huisbeaucarne.be.


Joost Welten

0 keer bekeken

© 2020 by F.J.J.Welten