• Monarchie in beroering

Een archief in Berlijn

Bijgewerkt: jan 29


Het gebouw oogt net zo streng als de naam van de instelling die erin is gevestigd: Geheimes Staatsarchiv Preußischer Kulturbesitz. De wijk waarin het gebouw ligt, oogt dan weer heel ‘gemütlich’. In deze dunbevolkte villawijk aan de zuidwestelijke rand van Berlijn heb ik geen moment de indruk dat ik in een wereldstad ben beland.


Het gebouw is ook opvallend bescheiden van omvang voor een nationaal archief. Het doet eerder denken aan een provinciaal archief in Nederland dan aan het centrale archief van de machtigste staat van Europa. De kleinschaligheid begint letterlijk al bij de deur: de bezoeker drukt op de deurbel, waarna de portier opendoet. Hij geeft mij – nadat ik mijn komst heb toegelicht – een sleutel voor een kluisje in een nauw bemeten ruimte naast de portiersloge, waar ik mijn persoonlijke bezittingen mag achterlaten.

Een prachtige ronde trap voert naar de studiezaal op de eerste verdieping. Daar is een vijftigtal studieplaatsen beschikbaar. Helemaal links zitten twee vriendelijke archivarissen achter een balie. Ze hebben telkens een halve dag dienst. Hoe vriendelijk en behulpzaam ze ook zijn, het is moeilijk om een band met hen op te bouwen, omdat er elk dagdeel weer nieuwe gezichten achter de balie zitten.

Het is er snikheet: ik tref het met een hittegolf. Een van de archivarissen kijkt af en toe met een zorgelijke blik naar een instrument dat de temperatuur en luchtvochtigheid meet, maar de enige manier waarop zij die kan beïnvloeden, is via het openen en sluiten van de buitenramen. ’s Ochtends staan ze open. Dan is het balken van de ezel en het kraaien van de haan van de kinderboerderij aan de overzijde goed te horen in de verder stille studiezaal. ’s Middags gaan de ramen dicht.

Qua automatisering loopt het archief hopeloos achter op dat wat in andere Westerse landen inmiddels standaard is geworden. De meeste inventarissen staan niet online, maar zijn alleen in de studiezaal te raadplegen. En – heel merkwaardig – menige inventaris staat niet in de studiezaal, maar bevindt zich achter de balie van de archivarissen en is alleen op verzoek te raadplegen. Een repertorium van alle inventarissen heb ik niet aangetroffen.

Een inventarisnummer is aan te vragen door een formulier in te vullen. De bezoeker wordt nota bene expliciet gevraagd om zo’n aanvraagbriefje met een balpen in te vullen, zodat de tekst goed doordrukt op het carbonvelletje achter het formulier! In andere archieven is het gebruik van een pen een doodzonde, vanwege het risico dat er per ongeluk strepen en teksten op archivalia belanden. De welbekende Pruisische gestrengheid is hier nergens te bekennen. Gewoontegetrouw vul ik de formulieren toch met potlood in. Een archivaris controleert of ik de vakjes correct heb ingevuld en voert de gegevens vervolgens in een computersysteem in. Waarom de bezoeker zelf geen toegang heeft tot dat systeem, blijft ook na navraag een raadsel. Mijn beeld van Duitsland als een moderne natie loopt ongemerkt een deukje op.

Toegang krijgen tot de aangevraagde archivalia kan behoorlijk lang duren, als de stukken zich in een extern depot bevinden. Wat op maandag laat in de middag wordt aangevraagd, arriveert op woensdag. De aangevraagde dossiers zijn op te halen in een kleine ruimte aan de rechterzijde van de studiezaal. Daar zit één medewerker die alle stukken uitgeeft en weer inneemt. Hij oogt in eerste instantie als een brombeer, maar hij is bij nadere kennismaking erg vriendelijk.

In één opzicht heeft het Geheimes Staatsarchiv Preußischer Kulturbesitz met ingang van 1 januari 2019 de sprong naar de moderne wereld gemaakt: vanaf die datum is het toegestaan om archivalia te fotograferen (vanzelfsprekend zonder flits). Vooral voor buitenlandse onderzoekers, die slechts beperkt de tijd hebben om het archief te bezoeken, is dat een uitkomst. Reken je overigens niet meteen rijk: we zijn in Duitsland en dus blijven er regels bestaan. Voor elk inventarisnummer waarvan je foto’s wilt nemen, dien je apart toestemming te vragen. Heb je die toestemming, dan mag je de documenten fotograferen aan een van de daartoe aangewezen studieplaatsen, dicht bij de balie. Zomaar aan de slag gaan op je eigen studieplaats is dus niet aan de orde.

De openingstijden van het archief wisselen van dag tot dag. Duitsers beginnen vroeg met de arbeid: vanaf 8.00 uur ’s ochtends zijn bezoekers welkom. Soms duurt de dag tot 18.00 uur – een luxe voor werkpaarden – maar soms sluit het archief al om 16.00 uur zijn deuren. Tijdens een hittegolf is het dan goed om te weten dat de botanische tuinen van Berlijn op loopafstand van het archief liggen. Met 43 ha gaat het om de grootste botanische tuin op het continent. Aan gebouwen en park is nog veel achterstallig onderhoud, maar het is er desondanks goed toeven: het is er ruim, mooi en stil. De tuin is tot 20.00 uur open. Vanaf 17.00 uur betaalt een bezoeker slechts de halve entreeprijs: 3 ip.v. 6 euro.

Ook al genoot ik van de bloeiende Victoria-waterlelie en van het rosarium en wat al niet meer, daarvoor was ik natuurlijk niet naar Berlijn gekomen. Voor het project Monarchie in beroering was ik vooral op zoek naar het archief van het hof van koning Frederik Willem III. De alleen in Berlijn raadpleegbare inventaris leerde me evenwel dat er van dat archief nauwelijks iets over is. ‘Kriegsverluste’ is een term waarmee een bezoeker aan het Berlijnse archief snel vertrouwd is. Een bombardement op paleis Charlottenburg, waar het archief in de Tweede Wereldoorlog werd bewaard, is fataal geweest.

Wie een schaal gebroken aantreft, zal met de brokstukken moeten verdergaan. Ongetwijfeld zijn er alternatieve routes te vinden, die ook licht op de materie werpen, zij het op een andere manier dan oorspronkelijk gepland. Een historicus dient zich niet alleen in een archief vertrouwd te voelen, maar dient ook een improvisatiekunstenaar te zijn, of te worden.

© Joost Welten

40 keer bekeken

© 2020 by F.J.J.Welten